Monsterzege
Monsterlijk
Ach, dat arme Eurovisie Songfestival. Afgelopen maand heb ik me weer eens lopen verbazen over het Europese liedjescircus. Sinds de ineenstorting van de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn wordt het festival overspoeld door Oost-Europese circusacts en het scoort ook nog, vooral omdat de miljoenen televoters uit deze corruptiegevoelige landen in groten getale op elkaar stemmen. In dat kader is het verwonderlijk dat de Finse inzending, Lordi, dit jaar een monsterzege haalde.
Nederland scoort al sinds Teach-In uit 1975 niet meer, en dat is zeker niet beter geworden sinds Cornald Maas zich er mee bemoeit. Jaar na jaar roept hij tijdens de nationale voorronde dat de Nederlandse inzending van deze keer absoluut een top vijf-notering gaat halen. Even zo vaak eindigt het Nederlandse liedje roemloos in de halve finale. En op televisie maar sneren over de Portugese inzending, die volgens commentator Maas ‘al jaren het spoor bijster zijn’. Bescheidenheid siert de mens, zou ik zeggen. Voor Nederland geldt het niet anders, hoe goedbedoelend de Limburgse dames van Treble ook een glimlach trokken en er olijk op los trommelden. Na de schok van de Finse inzending en het besef hoe het eigenlijk had gemoeten, is de Nederlandse inzending door de meeste Europese kijkers waarschijnlijk niet eens opgemerkt.
Vroeger gingen we er echt voor zitten: de televisieavond van het jaar. Schoon gedoucht en met een bakje chips op schoot keken we naar het Songfestival. De artiesten werden live begeleid door een orkest, compleet met een dirigent uit het deelnemende land. Prachtig toch? We hielden zelfs een eigen puntentelling bij en maakten zo een eigen uitslag. Het werd pas echt spannend op het eind van de avond, als alle landen hun punten mochten geven. Met angst en beven knabbelden we onze laatste chips weg.
Het moet geconstateerd: de kwaliteit van het liedje doet allang niet meer ter zake. Het gaat om de kwaliteit van de schok die je als achteloze tv-kijker wakker doet schudden. Frankrijk houdt moedig vol met harmonieuze chansons, maar eindigt steevast als een van de laatsten. Engeland probeert het met zestienjarige kostschoolmeisjes, maar daar ligt ook bijna niemand meer wakker van. Een parade van lange benen, diepe decolletés en zaadvragende ogen trekt aan ons voorbij, maar het kan de lamgeslagen televoter niet meer boeien. Die moet zich twee avonden lang door tientallen liedjes heen worstelen. En eerlijk is eerlijk: Finland is het enige land dat ik helemaal en in mijn volle bewustzijn uit heb gekeken.
Dus: hoe gekker hoe beter. De trend is gezet en Nederland moet mee. Als we tenminste nog mee willen doen en een kans willen maken op een eindoverwinning. Wat kan Nederland, met deze gedachte in het achterhoofd, dan nog bieden? Gerard Joling heeft al eens meegedaan en dat werkte ook al niet. Misschien was hij toen nog niet gek genoeg, zou kunnen. Sugar Lee Hooper zou het kunnen. Of misschien moet het nog extremer. Een soort Rock Bitch-achtige act. Of drie minuten stilte. Die wil ik dan wel schrijven en componeren. Wedden dat het wint?
