Laatste berichten

juli 2009

ma di wo do vr za zo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    
Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

31 juli 2006

Gorilla in de mist

Gorilla in de mist

Zanger Duwes de Wolff van The Stagger III verwelkomde mij hoogstpersoonlijk met een hand en de al dan niet gemeende zin: “Leuk dat je er bent.” In een eerdere ontmoeting had hij mij beloofd een recensie-exemplaar van de dvd van de film ‘The Rise And Fall Of Duwes de Wolff’ te sturen, maar omdat die belofte vooralsnog niet was vervuld en de film toch in het Hoornse Filmhuis draaide, besloot ik dan maar zelf te gaan kijken naar het vermeende spektakel. In de foyer ontmoette ik veel bekenden in een kleurig gezelschap: dat wil zeggen gezichten die ik mij uit een vorige generatie kon herinneren en die meestal net als het mijne aan gewicht hadden gewonnen. Een meesteres die de hitte trotseerde met een zonbestendige Russische pet en lakleren handschoenen. De beroemde gitarist die als cameo in de film meespeelde. En natuurlijk mijn gezelschap dat geheel toevallig uit vier dames en een verder onzichtbaar heerschap bestond. Voorwaar een bonte stoet.

In de zaal bleek dat het grootste deel van het publiek de film al minstens een keer had gezien. Opmerkingen als ‘nu komt…’ waren niet van de lucht. Tussendoor verlieten mensen de zaal om -paradoxaal genoeg- gezien te worden, het toilet te bezoeken en met een verse pijp de bioscoopzaal weer te betreden. Ik bleef zitten, liet af en toe een bulderende lach horen als iedereen stil was en onderhield me met mijn chaperonnes. Intussen dwaalden mijn gedachten af naar een van mijn eerste bioscoopbezoeken.

Het moet ergens in het midden van de jaren tachtig zijn geweest toen ik met een kersverse vriendin naar de bioscoop ging. Nu had Hoorn destijds al geen bloeiende filmscene, maar toch waren er al gauw drie zalen meer dan tegenwoordig. De Victoria aan het Grote Noord was ons doel. Hoewel de keuze voor de film achteraf gezien eenvoudig was, stonden we samen voor de vitrine behoorlijk te twijfelen. In zaal 1 draaide Top Gun met Tom Cruise en Kelly McGillis. Zaal 2 vertoonde een film met een titel die ik vergeten ben, maar ging over een stel blanken dat in donker Afrika op zoek gaat naar kannibalen en verdomd als het niet waar is, zelf het slachtoffer wordt. We kozen voor de film in zaal 2. Mijn hand van films kiezen is toch al nooit een gelukkige geweest.

Al gauw zocht vriendin in het donker naar mijn hand. Om in te knijpen, dacht ik, maar langzaam leidde ze mijn hand naar haar kruis. Ik schrok. Zo had ik nog nooit een film bekeken. De blanken kapten met grote machetes door het oerwoud en stonden ineens oog in oog met gorilla. Mijn vriendinnetje begon langzaam te kreunen terwijl ze met mijn vingers als buffer met haar hand over haar broekje aaide. Terwijl de gorilla luid trommelend op zijn borst liet zien wie de sterkste van het gezelschap was, kwam ze gesmoord klaar. In de pauze haalde ik twee flesjes cola en paprika chips. Ze glimlachte. “Jij straks”, zei ze.

Duwes kwam na afloop hoogstpersoonlijk vragen wat ik ervan had gevonden, van de film. “Ik heb me prima vermaakt”, zei ik naar waarheid. “Vooral het deel na de pauze vond ik goed.” “Er was geen pauze”, zei Duwes. “Maar even goed bedankt voor het compliment.”

31 mei 2006

Monsterzege

Monsterlijk

Ach, dat arme Eurovisie Songfestival. Afgelopen maand heb ik me weer eens lopen verbazen over het Europese liedjescircus. Sinds de ineenstorting van de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn wordt het festival overspoeld door Oost-Europese circusacts en het scoort ook nog, vooral omdat de miljoenen televoters uit deze corruptiegevoelige landen in groten getale op elkaar stemmen. In dat kader is het verwonderlijk dat de Finse inzending, Lordi, dit jaar een monsterzege haalde.

Nederland scoort al sinds Teach-In uit 1975 niet meer, en dat is zeker niet beter geworden sinds Cornald Maas zich er mee bemoeit. Jaar na jaar roept hij tijdens de nationale voorronde dat de Nederlandse inzending van deze keer absoluut een top vijf-notering gaat halen. Even zo vaak eindigt het Nederlandse liedje roemloos in de halve finale. En op televisie maar sneren over de Portugese inzending, die volgens commentator Maas ‘al jaren het spoor bijster zijn’. Bescheidenheid siert de mens, zou ik zeggen. Voor Nederland geldt het niet anders, hoe goedbedoelend de Limburgse dames van Treble ook een glimlach trokken en er olijk op los trommelden. Na de schok van de Finse inzending en het besef hoe het eigenlijk had gemoeten, is de Nederlandse inzending door de meeste Europese kijkers waarschijnlijk niet eens opgemerkt.

Vroeger gingen we er echt voor zitten: de televisieavond van het jaar. Schoon gedoucht en met een bakje chips op schoot keken we naar het Songfestival. De artiesten werden live begeleid door een orkest, compleet met een dirigent uit het deelnemende land. Prachtig toch? We hielden zelfs een eigen puntentelling bij en maakten zo een eigen uitslag. Het werd pas echt spannend op het eind van de avond, als alle landen hun punten mochten geven. Met angst en beven knabbelden we onze laatste chips weg.

Het moet geconstateerd: de kwaliteit van het liedje doet allang niet meer ter zake. Het gaat om de kwaliteit van de schok die je als achteloze tv-kijker wakker doet schudden. Frankrijk houdt moedig vol met harmonieuze chansons, maar eindigt steevast als een van de laatsten. Engeland probeert het met zestienjarige kostschoolmeisjes, maar daar ligt ook bijna niemand meer wakker van. Een parade van lange benen, diepe decolletés en zaadvragende ogen trekt aan ons voorbij, maar het kan de lamgeslagen televoter niet meer boeien. Die moet zich twee avonden lang door tientallen liedjes heen worstelen. En eerlijk is eerlijk: Finland is het enige land dat ik helemaal en in mijn volle bewustzijn uit heb gekeken.

Dus: hoe gekker hoe beter. De trend is gezet en Nederland moet mee. Als we tenminste nog mee willen doen en een kans willen maken op een eindoverwinning. Wat kan Nederland, met deze gedachte in het achterhoofd, dan nog bieden? Gerard Joling heeft al eens meegedaan en dat werkte ook al niet. Misschien was hij toen nog niet gek genoeg, zou kunnen. Sugar Lee Hooper zou het kunnen. Of misschien moet het nog extremer. Een soort Rock Bitch-achtige act. Of drie minuten stilte. Die wil ik dan wel schrijven en componeren. Wedden dat het wint?

28 april 2006

Een

Ik sliep met duizend vrouwen
in 1001 nacht
Ik was woest opwindend
en sprookjesachtig zacht

Ik dronk met honderd mannen
Allemaal in mij
Eenzaam als wij waren
en grenzeloos vrij

Ik volgde mijn ego
tot het diepst van mijn ziel
Vond niets wat ik wilde
en alles wat me beviel

En jij wilde van mij houden
Volledig en waar
Met niets te verliezen
en dus alles, nietwaar?

En zo droom ik door de dagen
zie helder in de nacht
De ene die mij nog restte
is eindeloos verwacht

Column Noordhollandse UITagenda mei 2006

Jezelf
Het is aanvaard als een feit en De Dijk schreef er zelfs een nummer over: het publiek in Noord-Holland schijnt voor bands nogal stroef te zijn. Pas als er genoeg drank in de man of vrouw zit, willen de voetjes nog wel eens van de vloer gaan, maar verwacht vooral niet te veel. Ik ken kroegeigenaren die er zich zelfs bij bands voor verontschuldigen. Zelf ben ik al zo'n 25 jaar een goedbedoelende amateur-muzikant en ik weet inmiddels wel dat als het publiek niet massaal wegloopt, het waarschijnlijk wel goed gevonden wordt. Maar het kan altijd vreemder. Ik speelde vorig jaar in Noord-Groningen en daar liep de dansvloer al leeg toen ik alleen nog maar m'n gitaar aan het stemmen was. Niemand danste, dat gebeurde pas toen de discotheek weer aan ging. Achteraf maakte ik uit de reacties van het publiek op dat iedereen het fantastisch had gevonden. Het kan verkeren.
Noord-Holland is echter bekend terrein en ik weet niet beter. Drank maakt de tongen en benen los. Soms te los. Dat wil niet zeggen dat ik er nooit de balen van heb. De hele godganse avond sta ik me blauw te spelen en te zingen, en dat verrotte Noord-Hollandse publiek blijft maar gewoon stoïcijns aan de bar bier staan zuipen. Soms is het leuk als je inspanningen van maanden oefenen in een te kleine oefenruimte beloond worden met een blijk van waardering. Een applausje of een pilsje op het podium: dat vindt de gemiddelde muzikant heus niet erg.
Laatst had ik een flinke baalweek achter de rug. Uren achter een onwillige computer en haperende printer, zeurende mensen, vermoeidheid, huilende kinderen, koortslippen, waterpokken, garagerekeningen, agressieve zwanen: het klinkt misschien als een standaard week, maar ik had er in ieder geval even genoeg van. En dan ook nog een optreden op zaterdagavond. In Noord-Holland nota bene. Je moet er maar zin in hebben na zo'n week. Tot in mijn teennagels voelde ik de spanning in m'n lijf zitten. Dat moest eruit, dat kon niet anders.
En zo stond ik op het podium. Ik zong en speelde gitaar, maar bovenal was ik bezig met ontladen. Ik sprong, vloekte, spuugde, boerde, danste, dronk, rook, snoof, spoot, schreeuwde, gilde, gokte, won, verloor, liet winden, trok kleren van mijn lijf, zweette, sjanste, en bad tot god in de hoop dat het me allemaal vergeven zou worden. Het publiek reageerde niet anders dan anders: aan het eind van de avond ging alsnog het dak eraf en bleef het eindeloos zeuren om een toegift. Middenin het dansende publiek stond een meisje te kijken. Ze stond stil en dronk verlegen van haar glaasje kraanwater.
De avond was nog niet wild genoeg. Hijgend en zwetend zocht ik haar na sluitingstijd op. "Het was mooi om te zien dat je zo helemaal jezelf bent op het podium. Dat straal je uit. Dat is hoe jij bent", zei ze, zonder dat ze me kende. Ze glimlachte en ging toen weg. Die nacht sliep ik niet.

10 april 2006

De benedenbuurvrouw

De benedenbuurvrouw


Kraakt de deur zacht
In al zijn voegen
In het holst van de nacht?

Dat is de benedenbuurvrouw

Fluistert de trap
Haar zachte voeten
Langzaam omhoog?

Dat is de benedenbuurvrouw

Houdt de stilte zijn adem in
Als zij naakt
In de kamer staat?

Dat is de benedenbuurvrouw

Juicht het bed in tweevoud
Als haar lijf
Het mijne raakt?

Dat is de benedenbuurvrouw

28 maart 2006

Er is niets meer

Er is niets meer ik ben eenzaam nu
Maar als ik praat
Dan praat ik met jou
De zinnen van de zang
Herhalen zich eindeloos in mijn hoofd

Er is niets meer ik ben eenzaam nu
Maar als ik lach
Dan lach ik met jou
Vertel me nog een grap
Voor een kleine grijns op een donker moment

Er is niets meer ik ben eenzaam nu
Maar als ik kijk
Dan zie ik jou
De spiegels van de ziel
Laten me zien wie je was. En wie ik ben.

Er is niets meer ik ben eenzaam nu
Maar als ik lieg
Dan lieg ik tegen jou
Want wat is waar en wat niet
Als ik zeg dat ik nooit meer van je hou

Er is niets meer ik ben eenzaam nu
Maar als ik ga
Ga dan met mij
Want de reis is lang en zwaar mijn vriend
En slechts het einde brengt licht

Noordhollandse UITagenda maart 2006

BITTERZOET
Er gebeuren de laatste maanden vreemde dingen met mij. Vorige maand debuteerde ik in het xtc-circuit, dit keer stemde ik toe in iets waarvan ik dacht dat het nooit zou gebeuren. Maar zo af en toe moet je voor je vriendin iets doen wat je eigenlijk niet wilt. Ik bedoel, musicals zijn over het algemeen meer een vrouwending dan een mannending. Ik heb nooit veel gegeven om Cyrano, Mamma Mia of Beauty And The Beast, maar vrouwen zijn er meestal dol op. Onlangs vroeg me vriendin me in godsnaam eens mee te gaan naar een musical. En ik stemde toe.
De titel van de musical was Turks Fruit en dat speelde zeker mee in mijn beslissing om 'ja' te zeggen. Het boek van Jan Wolkers was en is een must op iedere boekenlijst en de film met Rutger Hauer en Monique van der Ven sprak mij zo mogelijk nog meer aan. Het verhaal bevat het nodige bloot en seks en dat wilde ik heus wel eens in een musicalvorm zien. De voornaamste reden voor mijn vriendin was het feit dat de hoofdrol werd gespeeld door Anthony Kamerling, de Peter Kelder uit de beginjaren van GTST. Zijn talenten als zanger hadden zich geopenbaard als het personage Hero en dat deed vooraf het ergste vermoeden. Mijn vriendin had vooral veel zin in het aanschouwen van zijn naakte lijf, want dat schreef het verhaal toch voor. De vrouwelijke rol werd gespeeld door Jelka van Houten, maar dat zei mij verder niets.
Ondanks dat we op ruime afstand van het podium zaten, zat mijn vriendin al ongeduldig op haar stoel te wippen. En inderdaad, binnen de kortste keren had Anthony zich van zijn bovenkleding ontdaan en toonde zijn geschoren torso. "Hij heeft echt een lekker lijf", mompelde mijn vriendin quasi-nonchalant in mijn richting. "Hij is even oud als jij", voegde ze er veelbetekenend aan toe. "Ik zing beter", was mijn vrij zwakke tegenzet, maar ik voelde terecht dat mijn tijd nog wel zou komen. En inderdaad, binnen een half uur had Jelka van Houten zich in al haar naakt- en volheid aan het publiek getoond. Ik zei niets en keek slechts met een grijns opzij. Mijn vriendin reageerde niet en dat was reactie genoeg. Tot de pauze ging Anthony nog een stapje verder door zijn lange broek uit te trekken, maar de kuise onderbroek hield hij aan.
"Dat komt omdat hij misschien een erectie heeft", meende mijn vriendin terwijl ze een halve doos turks fruit naar binnen werkte. "Mmm, zoet", zei ze. "Mijn erectie zie je door mijn onderbroek heen", zei ik en sloeg het zoete goedje af. Mijn wraak was zoet genoeg. "Ik vind het wel leuk, zo'n musical", gooide ik nog wat olie op het vuur. Dat was voor ons ook direct het einde van de pauze. Anthony toonde vervolgens niet meer dan wat we al hadden gezien, zowel qua lichaam als qua zang. Jelka deed haar best onze avond te redden. "Het viel me toch wat tegen", reageerde mijn vriendin na afloop en enigszins bitter. "Het viel mij juist erg mee, zo'n musical", probeerde ik haar zogenaamd wat op te vrolijken. "Zullen we thuis in bed de film nog even kijken?", stelde ik voor.

Noordhollandse UITagenda april 2006

JA, DAT IS PETER
Het klinkt misschien vreemd, maar als professioneel uitgaander heb ik het niet zo op grote concerten. Zet mij maar liever in een bruin café met een pilsje, of in de zomer op het terras. Dan ben ik blijer dan dat ik tussen duizenden anderen op een grasveld moet liggen. Ik heb het nooit begrepen: op een overvol veld kamperen, uren in de rij staan voor de plee, lauw bier in plastic glazen. Waarschijnlijk ligt het aan mij, want er zijn hele volksstammen die elk jaar weer afreizen naar de grote festivals in het land. Ik zie het liever op tv, met alles onder handbereik. De sfeer, zegt u? Laat me niet lachen.
Uiteraard ben ik ooit op een festival geweest. Dat was Parkpop in Den Haag, waar volgens de berichten achteraf met mij zo'n 499.999 anderen ook naar toe waren gegaan. Ik heb me kapot geërgerd. Het probleem is namelijk dat ik voor de muziek kom. Ik wil die bands horen en zien. Ik wil ergens rustig kunnen genieten. Maar nee, randdebielen stortten zich vanaf het podium zonder mededogen in het publiek. Voor mij zat een te dik meisje voortdurend op de schouders van haar agressieve vriend. Een dronken vent duwde achter mij steeds weer in mijn rug. Na twee uur Parkpop kon ik nog maar een conclusie trekken: dit is niks voor mij. Dan maar thuis plaatjes draaien.
Later ben ik nog wel eens bij grote live concerten geweest. U2 (zijn dat niet die mannetjes daar in de verte met dat kutgeluid in de Arena?), Coldplay (wat een tegenvaller, met moeite een uurtje), Red Hot Chili Peppers (ja, dat was leuk). Bij zo'n eenmalig concert wordt in ieder geval niet massaal gekampeerd. En verder trekt de bonte stoet van grote namen in voetbalstadions en recreatieparken volledig aan mij voorbij. Het kan me ook niet echt boeien om beroemdheden op honderden meters afstand te kunnen zien. En televisie is in de meeste gevallen een prachtige uitvinding.
Er is slechts een beroemdheid die mij de afgelopen tien jaar live meer heeft kunnen boeien dan vanaf de cd. Peter Koelewijn. Persoonlijk was ik nooit zo'n fan van Peter's studiotrucjes en dertiende uitgave van Kom Van Dat Dak Af. Zijn fameuze hit Living Next Door To Alive ('Alice? Who the fuck is Alice?') was net uit toen hij als hoofdact naar het studentenfeest kwam. Ofschoon de meeste aanwezigen absoluut niet geïnteresseerd waren in Peter's verrichtingen, konden studiemaat Eric en ik er maar geen genoeg van krijgen. We bleven maar roepen: 'Who the fuck is Alice?' Peter probeerde ons te negeren, die twee dronken West-Friezen voor het podium. Maar dat was lastig, we waren de enigen die hem nog enige respons gaven. Na het optreden kregen we allebei een hand en een foto met handtekening. Peter zei nog 'bedankt jongens' en verliet het pand via de zijdeur.
Thuis bleek de allengs aangeschafte cd van Peter Koelewijn minder sensationeel dan wij tijdens het weergaloze optreden in de Amsterdamse Sleep-Inn hadden verwacht. Maar toch, toen twee jaar later de veertiende live versie van Kom Van Dat Dak Af uitkwam, wist ik zeker dat wij in het publiek waren te horen. Dol en Eric in duet met Peter. Het is de enige live cd die ik heb. Niet dat ik 'm ooit draai. Ik hou niet zo van live.

10 maart 2006

Er is niets meer

Er is niets meer ik ben eenzaam nu
Maar als ik praat
Dan praat ik met jou
De zinnen van de zang
Herhalen zich eindeloos in mijn hoofd

Er is niets meer ik ben eenzaam nu
Maar als ik lach
Dan lach ik met jou
Vertel me nog een grap
Voor een kleine grijns op een donker moment

Er is niets meer ik ben eenzaam nu
Maar als ik kijk
Dan zie ik jou
De spiegels van de ziel
Laten me zien wie je was. En wie ik ben.

Er is niets meer ik ben eenzaam nu
Maar als ik lieg
Dan lieg ik tegen jou
Want wat is waar en wat niet
Als ik zeg dat ik nooit meer van je hou

Er is niets meer ik ben eenzaam nu
Maar als ik ga
Ga dan met mij
Want de reis is lang en zwaar mijn vriend
En slechts het einde brengt licht